Fiscaal
Kabinet slaat nieuwe koers in met aangepaste zzp-wet
Auteur Hannah Visbeen
Voor ondernemers en opdrachtgever zorgde het zzp-dossier en de schijnzelfstandigheid voor veel onrust. Nieuwe plannen, uitgestelde handhaving, discussies over tarieven en definities van ondernemerschap.
Begin maart heeft het kabinet een belangrijke wijziging aangekondigd: een deel van het wetsvoorstel Vbar (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) wordt geschrapt.
In dit artikel leggen we uit wat er verandert, waarom het kabinet deze keuze maakt en wat dat betekent voor ondernemers en opdrachtgevers.
Aanpassing wetsvoorstel Vbar
Het oorspronkelijke wetsvoorstel Vbar bestond uit twee onderdelen:
- Verduidelijking van de beoordeling van arbeidsrelaties
- Een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven
Het eerste onderdeel moest duidelijker maken wanneer iemand écht zelfstandig werkt en wanneer er sprake is van een dienstverband. In de praktijk leidde dat juist tot veel onzekerheid bij opdrachtgevers en zzp’ers. Met name het criterium “inbedding in de organisatie” waarop het wetsvoorstel sterk leunde zorgde voor de nodige onrust.
Daarom heeft het kabinet besloten dat deel te schrappen. Het doel van deze aanpassing is simpel: eerst rust en duidelijkheid creëren in de markt.
Het tweede onderdeel blijft overeind: het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dit instrument is bedoeld om kwetsbare werkenden beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.
Verdient een zzp’er onder een bepaald uurtarief (2026: € 38), dan kan diegene stellen dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarmee verschuift de bewijslast. Waar nu de werkende moet bewijzen dat hij feitelijk werknemer is, is het straks aan de opdrachtgever om aan te tonen dat de persoon daadwerkelijk zelfstandig werkt.
Dit is overigens geen verbod om onder dat tarief te werken. Het geeft de werkende alleen een sterker juridisch instrument.
De beoogde ingangsdatum van de wet Vbar is 1 juli 2026.
Waarom dit vooral de onderkant van de arbeidsmarkt raakt
Het kabinet richt zich met deze maatregel specifiek op de onderkant van de arbeidsmarkt. Denk aan sectoren waar tarieven laag zijn en waar zelfstandigheid soms vooral op papier bestaat.
Het rechtsvermoeden moet daar drie effecten hebben:
- Bescherming van kwetsbare werkenden
Mensen met lage tarieven kunnen makkelijker een arbeidsovereenkomst claimen. - Preventieve werking
Opdrachtgevers denken beter na of een opdracht wel door een zzp’er uitgevoerd moet worden. - Meer balans in de arbeidsmarkt
Minder situaties waarin zelfstandigheid wordt gebruikt om werkgeverslasten te vermijden.
Het is verstandig om alvast kritisch naar je samenwerkingen met zzp’ers te kijken.
Wat betekent dit voor ondernemers en opdrachtgevers?
Voor veel bedrijven roept dit direct de vraag op: moeten we nu iets aanpassen?
Het korte antwoord: waarschijnlijk niet direct. Maar het is wel verstandig om alvast kritisch te kijken naar je samenwerkingen met zzp’ers.
Een paar aandachtspunten:
- Tarieven onder de € 38 per uur
Werk je met zelfstandigen onder dit niveau? Dan kan het rechtsvermoeden relevant worden. - De feitelijke arbeidsrelatie
Niet alleen het contract telt. De praktijk is bepalend. Denk aan:
– gezagsverhouding
– mate van zelfstandigheid
– ondernemingsrisico - Documentatie
Leg duidelijk vast hoe de samenwerking eruitziet en waarom iemand als zelfstandige werkt.
Dit soort vragen worden alleen maar belangrijker naarmate de wetgeving verder wordt uitgewerkt.
Hoewel de wetgeving nog in ontwikkeling is, betekent dat niet dat er voorlopig niets gebeurt. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat bij controles kan worden beoordeeld of een samenwerking met een zzp’er feitelijk een dienstverband is.
Als de Belastingdienst concludeert dat sprake is van schijnzelfstandigheid, kan dat verstrekkende financiële en juridische gevolgen hebben. Voor ondernemers en opdrachtgevers is het dus belangrijk om nu al kritisch te kijken naar hoe samenwerkingen met zelfstandigen zijn ingericht.
Te strenge regels kunnen ondernemerschap remmen.
Te weinig regels kunnen leiden tot schijnzelfstandigheid.
De volgende stap: de Zelfstandigenwet
Het schrappen van een deel van Vbar betekent niet dat het onderwerp van tafel is. Integendeel. Het kabinet wil nu werken aan een bredere oplossing in de vorm van de Zelfstandigenwet.
Die wet moet uiteindelijk duidelijker maken:
- wanneer iemand ondernemer is, en
- wanneer er sprake is van werknemerschap
Het doel: een breed gedragen oplossing die ondernemers en werkenden daadwerkelijk duidelijkheid geeft. Autonomie van de werkende wordt een belangrijk element: o.a. eigen uren indelen en vrijheid in de uitoefening.
Als je het grotere plaatje bekijkt, is de aanpassing van Vbar niet zo vreemd. De afgelopen jaren worstelt Nederland met een fundamentele vraag:
Hoe combineer je een flexibele arbeidsmarkt met voldoende bescherming voor werkenden?
Te strenge regels kunnen ondernemerschap remmen.
Te weinig regels kunnen leiden tot schijnzelfstandigheid.
Het kabinet lijkt nu te kiezen voor een pragmatische stap:
- Eerst een maatregel voor de kwetsbaarste groep (het rechtsvermoeden).
- Daarna een bredere structurele oplossing via de Zelfstandigenwet.
Dat zorgt hopelijk voor iets waar ondernemers al jaren om vragen: duidelijkheid.
De wetgeving rondom zzp’ers blijft voorlopig in beweging.
Wat wij ondernemers adviseren
De wetgeving rondom zzp’ers blijft voorlopig in beweging. Ons advies aan ondernemers is daarom:
- Blijf op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen.
- Bekijk kritisch hoe je met zelfstandigen werkt.
- Zorg dat afspraken en rollen helder zijn.
Wil je weten waar jij staat als het gaat om schijnzelfstandigheid? Of sparren over hoe je arbeidsrelaties toekomstbestendig inricht? Neem contact op; we kijken graag met je mee. Analyseren, adviseren en anders denken. Dat is onze rol als sparringpartner!



